Ga naar inhoud

Arbeidskorting Berekenen 2026

Bereken je arbeidskorting met de interactieve 4-staps visualisatie. Zie precies hoe de korting opbouwt en afbouwt bij jouw inkomen.

Jouw arbeidskorting in 2026

€ 5.576,02

Per maand: € 464,67 | Maximum: € 5.685,00

Opbouw arbeidskorting in 4 stappen

€ 5.576,02
€ 0,00max € 5.685,00
Stap 1: Opbouw laag inkomen+8,324%

€ 0,00 - € 11.965,00

Jouw inkomen in deze stap: € 11.965,00

Stap 2: Opbouw midden+31,009%

€ 11.965,00 - € 25.845,00(basis: € 996,00)

Jouw inkomen in deze stap: € 13.880,00

Stap 3: Opbouw hoog+1,950%

€ 25.845,00 - € 45.592,00(basis: € 5.300,00)

Jouw inkomen in deze stap: € 14.155,00

Stap 4: Afbouw-6,51%

€ 45.592,00 - € 132.920,00(start: € 5.685,00)

Belangrijke grensbedragen 2026

Maximum arbeidskorting

€ 5.685,00

Maximum bij inkomen

€ 45.592,00

Afbouw begint bij

€ 45.592,00

Nihil bij inkomen

€ 132.921,00

Deze tool biedt schattingen op basis van de belastingtarieven 2026. Raadpleeg een belastingadviseur voor je specifieke situatie.

Disclaimer: Deze berekening is indicatief en dient niet als financieel advies. Hoewel we streven naar nauwkeurigheid op basis van de belastingregels voor 2026, kunnen individuele omstandigheden afwijken. Raadpleeg een belastingadviseur voor uw specifieke situatie.

Wat is de arbeidskorting?

De arbeidskorting is een van de belangrijkste heffingskortingen in het Nederlandse belastingstelsel. Het is een korting die specifiek wordt toegekend aan mensen die werken, of dat nu in loondienst is of als zelfstandig ondernemer. De arbeidskorting verlaagt direct het bedrag aan belasting dat je moet betalen en is daarmee een krachtige stimulans om deel te nemen aan de arbeidsmarkt. In 2026 bedraagt de maximale arbeidskorting €5.685 per jaar, wat neerkomt op bijna €474 per maand. Dit is het hoogste bedrag van alle heffingskortingen en maakt de arbeidskorting tot het meest waardevolle belastingvoordeel voor werkenden in Nederland. De arbeidskorting is bedoeld om het verschil tussen werken en niet-werken te vergroten. Zonder de arbeidskorting zou de financiele prikkel om te werken, met name bij lagere inkomens, aanzienlijk kleiner zijn. De korting zorgt ervoor dat werkenden netto meer overhouden dan mensen die uitsluitend afhankelijk zijn van een uitkering. De arbeidskorting loopt in 2026 op tot 5.685 euro bij een arbeidsinkomen van circa 45.592 euro en wordt daarboven afgebouwd met 6,51 procent per euro, tot nihil vanaf 132.920 euro. De korting geldt alleen over arbeidsinkomen: loon, winst uit onderneming en freelance-inkomsten tellen mee, een uitkering of pensioen niet. AOW-gerechtigden krijgen ongeveer de helft.

De 4 stappen van de arbeidskorting in 2026

De arbeidskorting kent een uniek patroon van opbouw in vier stappen. De eerste drie stappen bouwen de korting geleidelijk op tot het maximum, terwijl de vierde stap de afbouw betreft. Hier is het volledige overzicht:

Stap 1: Opbouw bij laag inkomen (€0 - €11.965)

In deze fase ontvang je 8,324% van je arbeidsinkomen als arbeidskorting. Bij het einde van deze stap (inkomen €11.965) bedraagt de arbeidskorting €996. Deze stap zorgt ervoor dat ook werkenden met een zeer laag inkomen of parttime baan al profiteren van de arbeidskorting.

Stap 2: Snelle opbouw (€11.965 - €25.845)

Dit is de fase met de snelste opbouw. Je ontvangt een basis van €996 plus 31,009% van het inkomen boven €11.965. Aan het einde van deze stap is de arbeidskorting gestegen naar €5.300. Het hoge opbouwpercentage van 31% maakt werken in dit inkomensbereik extra aantrekkelijk.

Stap 3: Laatste opbouw (€25.845 - €45.592)

In deze stap bouwt de arbeidskorting nog langzaam verder op. Je ontvangt €5.300 plus 1,950% van het inkomen boven €25.845. Het maximum van €5.685 wordt bereikt bij een inkomen van circa €45.592. Het lage opbouwpercentage betekent dat de korting in dit bereik slechts marginaal stijgt.

Stap 4: Afbouw (€45.592 - €132.920)

Boven €45.592 begint de afbouw. De arbeidskorting daalt met 6,510% voor elke euro boven dit bedrag. Concreet betekent dit dat je voor elke €1.000 extra bruto-inkomen circa €65 aan arbeidskorting verliest. Bij een inkomen van €132.920 is de arbeidskorting volledig afgebouwd tot nul.

Deze afbouw heeft een belangrijk effect op de marginale belastingdruk. In het afbouwtraject betaal je niet alleen het reguliere schijventarief, maar verlies je ook arbeidskorting. Samen met de afbouw van de algemene heffingskorting kan de marginale druk oplopen tot meer dan 55% in bepaalde inkomenstrajecten.

Arbeidskorting bij voorbeeldinkomens

Om je een concreet beeld te geven van de arbeidskorting bij verschillende inkomens, hier een overzicht:

Arbeidsinkomen Arbeidskorting Per maand
€15.000 €1.937 €161
€25.000 €5.040 €420
€35.000 €5.479 €457
€45.000 €5.674 €473
€60.000 €4.747 €396
€80.000 €3.445 €287
€100.000 €2.144 €179
€130.000 €191 €16

Bovenstaande bedragen zijn indicatief. Gebruik de calculator bovenaan voor een exacte berekening.

Arbeidskorting voor AOW-gerechtigden

Werkenden die de AOW-leeftijd hebben bereikt, ontvangen een lagere arbeidskorting. De percentages zijn grofweg gehalveerd. In 2026 geldt voor AOW-gerechtigden:

  • Maximum arbeidskorting: €2.840 (versus €5.685 regulier)
  • Afbouwpercentage: 3,25% (versus 6,51% regulier)
  • Nihil bij: €132.920 (gelijk aan regulier)

De lagere arbeidskorting voor AOW-gerechtigden wordt gecompenseerd door het lagere belastingtarief in de eerste schijf (17,85% in plaats van 35,75%), doordat zij geen AOW-premie meer betalen. Per saldo houden werkende gepensioneerden met een inkomen in de eerste schijf netto meer over dan werkenden onder de AOW-leeftijd.

Arbeidskorting en de belastingaangifte

Als je in loondienst werkt, past je werkgever de arbeidskorting automatisch toe via de maandelijkse loonheffing. Je hoeft hier zelf niets voor te doen. Het is wel belangrijk dat je de loonheffingskorting bij slechts een werkgever laat toepassen. Heb je meerdere werkgevers, dan mag maar een van hen de korting toepassen.

Bij je jaarlijkse belastingaangifte berekent de Belastingdienst de definitieve arbeidskorting op basis van je totale arbeidsinkomen. Als je werkgever gedurende het jaar te veel of te weinig korting heeft toegepast, wordt dit via de aanslag gecorrigeerd. Je kunt dan een teruggave of naheffing ontvangen.

Als ZZP-er of ondernemer ontvang je de arbeidskorting niet maandelijks, maar via je belastingaangifte. Je winst uit onderneming telt als arbeidsinkomen en geeft recht op dezelfde arbeidskorting als werknemers. Dit wordt verrekend met je voorlopige of definitieve aanslag.

Het effect van de arbeidskorting op de marginale druk

De afbouw van de arbeidskorting heeft een significant effect op de marginale belastingdruk. Dit is het percentage belasting dat je betaalt over je laatst verdiende euro. In het afbouwtraject (€45.592 - €132.920) verlies je 6,51 cent arbeidskorting per extra euro inkomen. Dit komt bovenop het reguliere belastingtarief.

Bij een inkomen tussen €45.592 en €78.426 (schijf 2) is de marginale druk: 37,56% (schijf 2 tarief) + 6,51% (afbouw AK) + 6,398% (afbouw AHK) = 50,47%. Boven €78.426 geldt: 49,50% (schijf 3) + 6,51% (afbouw AK) = 56,01%, maar de AHK is dan al nihil.

Deze hoge marginale druk is een veelbesproken onderwerp in de Nederlandse politiek. Het betekent dat werknemers met een inkomen tussen €45.000 en €130.000 relatief weinig overhouden van een extra euro die ze verdienen. Onze effectief tarief calculator laat dit visueel zien.

Veelgestelde vragen over de arbeidskorting

Gerelateerde berekeningen

Bronnen

Een korting in vier trajecten

De arbeidskorting is geen vast bedrag maar een functie van het arbeidsinkomen met vier verschillende hellingen. In het eerste traject, vanaf de eerste verdiende euro, loopt de korting stevig op. In het tweede en derde traject stijgt zij verder maar trager, tot een maximum rond een inkomen dat dicht bij modaal ligt. Daarboven begint het vierde traject: de korting bouwt af met een vast percentage van het meerdere, tot zij bij een hoog inkomen volledig is verdwenen.

Die opbouw heeft twee gevolgen die in de praktijk zwaarder wegen dan het schijftarief. In de opbouwfase is werken uitzonderlijk lonend: een extra gewerkt uur levert netto meer op dan het tabeltarief doet vermoeden, omdat de korting meegroeit. In de afbouwfase gebeurt het omgekeerde: het afbouwpercentage telt op bij het schijftarief, zodat de werkelijke marginale druk ruim boven het tarief uitkomt. Voor tweeverdieners met kinderen die ook toeslagen ontvangen, stapelt dat verder op.

Wat meetelt als arbeidsinkomen

De korting wordt berekend over het arbeidsinkomen, niet over het totale inkomen. Daartoe behoren loon, winst uit onderneming en resultaat uit overige werkzaamheden. Niet daartoe behoren pensioen, AOW, WW, WIA en bijstand: dat zijn inkomsten uit vroegere arbeid of uitkeringen, en juist daarom bevat de groene loonbelastingtabel geen arbeidskorting. Wie halverwege het jaar van werk naar uitkering gaat, ziet de korting over het jaar als geheel dus dalen, en dat wordt bij de aangifte rechtgetrokken.

Voor zelfstandigen wordt de korting berekend over de winst na ondernemersaftrek en mkb-winstvrijstelling. Dat betekent dat de ondernemersfaciliteiten indirect ook de arbeidskorting verlagen, wat hun gecombineerde voordeel kleiner maakt dan de losse bedragen suggereren.

Waarom de korting steeds belangrijker is geworden

De arbeidskorting is in tien jaar meer dan verdubbeld en is daarmee het belangrijkste instrument geworden om werken lonend te maken zonder de tarieven te verlagen. Zij is ook de reden dat het verschil tussen bruto en netto voor lage en middeninkomens kleiner is dan de tariefstructuur doet vermoeden, en tegelijk de reden dat de marginale druk voor middeninkomens hoger ligt dan het tarief. Elke verhoging van de korting maakt de opbouw steiler en de afbouw daarmee ook.

De korting bij twee banen

De arbeidskorting wordt per inhoudingsplichtige toegepast en mag maar bij één bron worden verrekend. Bij de aangifte wordt zij opnieuw berekend over het totale arbeidsinkomen, wat bij twee banen vrijwel altijd tot een correctie leidt.

Geschreven doorRadif Partners

Uitgever van rekentools en praktische gidsen