Ga naar inhoud

Loonbelasting Berekenen 2026

Bekijk precies hoeveel loonheffing je betaalt, opgesplitst in inkomstenbelasting, premies volksverzekeringen en heffingskortingen.

Totale loonheffing per jaar

€ 7.630,15

Per maand: € 635,85 | Effectief tarief: 17,7%

Verdeling loonheffing

Bruto: € 43.200,00Netto: € 35.569,85
AOW-premie€ 6.960,06
Anw-premie€ 38,88
Wlz-premie€ 3.752,21
Inkomstenbelasting€ 4.770,99
Netto salaris€ 35.569,85

Componenten loonheffing

ComponentPer jaarPer maand
Belastingschijven (IB + premies)
Schijf 1 (2%)€ 0,00 - € 38.883,00€ 13.900,67€ 1.158,39
Schijf 2 (2%)€ 38.883,00 - € 78.426,00€ 1.621,47€ 135,12
Totaal bruto belasting€ 15.522,14€ 1.293,51
Waarvan premies volksverzekeringen
AOW-premie (17,90%)€ 6.960,06€ 580,01
Anw-premie (0,10%)€ 38,88€ 3,24
Wlz-premie (9,65%)€ 3.752,21€ 312,68
Totaal premies€ 10.751,15€ 895,93
Waarvan inkomstenbelasting€ 4.770,99€ 397,58
Heffingskortingen (aftrek)
Algemene heffingskorting- € 2.253,57- € 187,80
Arbeidskorting- € 5.638,42- € 469,87
Totaal heffingskortingen- € 7.891,99- € 657,67
Netto loonheffing€ 7.630,15€ 635,85
Netto salaris€ 35.569,85€ 2.964,15

Zvw werkgeversheffing (niet ingehouden op je salaris)

Je werkgever betaalt daarnaast € 2.635,20 per jaar aan Zvw werkgeversheffing (6,10%). Dit wordt niet op jouw salaris ingehouden maar is een werkgeverskost.

Deze tool biedt schattingen op basis van de belastingtarieven 2026. Raadpleeg een belastingadviseur voor je specifieke situatie.

Disclaimer: Deze berekening is indicatief en dient niet als financieel advies. Hoewel we streven naar nauwkeurigheid op basis van de belastingregels voor 2026, kunnen individuele omstandigheden afwijken. Raadpleeg een belastingadviseur voor uw specifieke situatie.

Wat is loonbelasting (loonheffing)?

Loonbelasting, in de volksmond vaak "loonheffing" genoemd, is het bedrag dat je werkgever maandelijks inhoudt op je brutosalaris en afdraagt aan de Belastingdienst. Het is de belangrijkste belasting voor werknemers in Nederland en bepaalt direct hoeveel je netto op je bankrekening ontvangt. De loonheffing bestaat uit twee hoofdcomponenten: de inkomstenbelasting (het eigenlijke belastingdeel) en de premies volksverzekeringen (sociale premies voor AOW, Anw en Wlz). Na aftrek van heffingskortingen resteert de netto loonheffing die daadwerkelijk wordt ingehouden. In de praktijk werkt het als volgt: je werkgever berekent op basis van je bruto maandsalaris de verschuldigde loonheffing, trekt deze af, en maakt het resterende bedrag (je nettosalaris) naar je over. Dit hele proces heet de loonheffingsplicht en is wettelijk vastgelegd. Je werkgever houdt de loonbelasting maandelijks in als voorheffing op de inkomstenbelasting; bij je aangifte wordt het definitieve bedrag berekend, waarna je bijbetaalt of geld terugkrijgt.

De drie componenten van de loonheffing

Om te begrijpen hoeveel loonheffing je betaalt, is het belangrijk om de drie componenten te kennen die samen de loonheffing vormen:

1. Inkomstenbelasting (Box 1)

De inkomstenbelasting is het progressieve belastingdeel dat wordt geheven over je loon. In 2026 is het zuivere IB-tarief in de eerste schijf slechts 8,10%, oplopend tot 49,50% in de derde schijf. Het tarief dat je op je loonstrook ziet is echter hoger doordat de premies volksverzekeringen zijn meegeteld.

De inkomstenbelasting gaat naar de algemene middelen van de overheid en wordt gebruikt voor alle publieke uitgaven: van onderwijs en infrastructuur tot defensie en zorg.

2. Premies volksverzekeringen

De premies volksverzekeringen worden alleen geheven over het inkomen in de eerste schijf (tot €38.883 in 2026). Het totale premiepercentage is 27,65% en bestaat uit:

  • AOW-premie (17,90%): hiermee wordt je staatspensioen gefinancierd. De AOW-uitkering ontvang je vanaf de AOW-leeftijd (67 jaar in 2026). Na de AOW-leeftijd betaal je deze premie niet meer.
  • Anw-premie (0,10%): de premie voor de Algemene nabestaandenwet. Hieruit worden uitkeringen betaald aan nabestaanden bij overlijden van de partner.
  • Wlz-premie (9,65%): de premie voor de Wet langdurige zorg. Hieruit wordt langdurige zorg gefinancierd voor mensen die langdurig zorg nodig hebben, zoals verpleeghuiszorg.

Goed om te weten: de premies volksverzekeringen zijn gemaximeerd op de eerste schijf. Over inkomen in de tweede en derde schijf betaal je uitsluitend inkomstenbelasting, geen premies volksverzekeringen. De maximale premies bedragen €38.883 x 27,65% = €10.751 per jaar.

3. Heffingskortingen (aftrek)

Na berekening van de bruto loonheffing (inkomstenbelasting + premies) worden de heffingskortingen in mindering gebracht. De twee standaardkortingen zijn:

  • Algemene heffingskorting: maximaal €3.115 bij een inkomen tot €29.736, aflopend tot nihil bij €78.427.
  • Arbeidskorting: maximaal €5.685, specifiek voor werkenden. Bereikt het maximum bij €45.592, daarna aflopend tot nihil bij €132.920.

Samen kunnen deze kortingen de loonheffing met bijna €9.000 verlagen. Bij lage inkomens kan dit betekenen dat de loonheffing bijna nihil is, ondanks de relatief hoge bruto tarieven.

Loonheffing bij voorbeeldinkomens

Hieronder een overzicht van de loonheffing bij veelvoorkomende brutosalarissen in 2026 (per jaar, inclusief vakantiegeld, niet-AOW-leeftijd):

Bruto per jaar Loonheffing Effectief tarief Netto per maand
€25.000 ~€2.700 ~10% ~€1.870
€35.000 ~€5.600 ~15% ~€2.485
€48.000 ~€10.500 ~20% ~€3.100
€65.000 ~€17.700 ~27% ~€3.940
€80.000 ~€24.000 ~30% ~€4.660
€100.000 ~€35.000 ~35% ~€5.400

Bedragen zijn indicatief en inclusief 8% vakantiegeld. Gebruik de calculator bovenaan voor een exacte berekening.

Het verschil tussen loonheffing en inkomstenbelasting

Een veelgestelde vraag is wat het verschil is tussen loonheffing en inkomstenbelasting. Kort gezegd: loonheffing is een voorheffing op de inkomstenbelasting.

Je werkgever houdt maandelijks loonheffing in als voorschot op de inkomstenbelasting die je uiteindelijk verschuldigd bent. Bij je jaarlijkse belastingaangifte wordt de definitieve inkomstenbelasting berekend. De loonheffing die al is ingehouden wordt hiermee verrekend. Het verschil leidt tot een teruggave of een bijbetaling.

In de meeste gevallen komt de loonheffing goed overeen met de uiteindelijke inkomstenbelasting. Afwijkingen kunnen ontstaan door:

  • Aftrekposten (zoals hypotheekrente) die niet in de loonheffing zijn verwerkt
  • Inkomsten uit meerdere bronnen
  • Box 2 of Box 3 inkomen
  • Wijzigingen in persoonlijke situatie gedurende het jaar

Zvw: werkgeversheffing en nominale premie

Naast de loonheffing is er nog de Zorgverzekeringswet (Zvw). De Zvw-bijdrage wordt niet ingehouden op je salaris (het is geen onderdeel van de loonheffing), maar je werkgever betaalt een werkgeversheffing van 6,10% over je brutoloon (tot maximaal €79.409). Dit bedrag wordt wel vermeld op je jaaropgave.

Tegelijkertijd betaal je als verzekerde zelf een nominale premie voor je zorgverzekering (gemiddeld circa €150 per maand in 2026). Deze premie betaal je rechtstreeks aan je zorgverzekeraar en is geen onderdeel van de loonheffing.

Loonheffing op je loonstrook lezen

Op je maandelijkse loonstrook kun je de loonheffing terugvinden. Dit is het bedrag dat wordt afgetrokken van je brutosalaris. Typisch vind je op je loonstrook:

  • Bruto maandsalaris: je vaste maandloon
  • Loonheffing: het totaal aan inkomstenbelasting en premies na aftrek van kortingen
  • Pensioenpremie (eigen bijdrage): als je een pensioenregeling hebt
  • Netto maandsalaris: bruto minus inhoudingen

De loonheffing op je loonstrook is een geaggregeerd bedrag. Je kunt de calculator bovenaan gebruiken om te zien hoe dit bedrag is opgebouwd uit inkomstenbelasting, premies en heffingskortingen.

Veelgestelde vragen over loonbelasting

Gerelateerde berekeningen

Bronnen

Loonbelasting is een voorheffing

De loonbelasting die de werkgever maandelijks inhoudt, is geen eindheffing maar een voorschot op de inkomstenbelasting. Zij wordt berekend alsof uw maandloon twaalf maanden lang hetzelfde blijft en alsof u geen andere inkomsten of aftrekposten hebt. Klopt die aanname, dan valt de aangifte op nul uit. Klopt zij niet, en dat is bij de meeste mensen het geval, dan volgt een teruggaaf of een naheffing.

Vier situaties leiden vrijwel altijd tot teruggaaf. Halverwege het jaar beginnen met werken, want de tabel rekent met een heel jaar. Een bonus of dertiende maand, belast tegen het bijzonder tarief zonder heffingskortingen. Aftrekposten die de werkgever niet kent, van hypotheekrente tot lijfrentepremie. En wisselend inkomen, waarbij maanden met hoog loon in een hogere schijf worden belast dan het jaargemiddelde rechtvaardigt.

De loonheffingskorting: één werkgever

De algemene heffingskorting en de arbeidskorting mogen bij slechts één inhoudingsplichtige worden toegepast. Wie twee banen heeft, of naast een baan een uitkering of pensioen ontvangt, kiest de bron met het hoogste inkomen. Bij de tweede bron wordt zonder korting ingehouden, wat een hoog percentage oplevert dat bij de aangifte gedeeltelijk terugkomt. Wie de korting bij beide bronnen laat toepassen, betaalt structureel te weinig en krijgt een naheffing over het hele jaar, vaak inclusief belastingrente.

Sinds de arbeidskorting sterk is verhoogd en steiler afbouwt, kan het verschil oplopen tot enkele duizenden euro's per jaar. Het is daarmee de meest voorkomende oorzaak van een onverwachte blauwe envelop.

Wat de werkgever nog meer inhoudt

Op de loonstrook staan naast de loonheffing de pensioenpremie, eventueel een premie voor een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering, en soms een bijdrage voor personeelsvereniging of fietsplan. De pensioenpremie gaat vóór de loonheffing van het brutoloon af, wat betekent dat een euro premie u netto minder dan een euro kost. De overige inhoudingen komen doorgaans na de heffing en kosten u dus het volle bedrag. Dat onderscheid verklaart waarom twee werknemers met hetzelfde brutoloon een verschillend netto kunnen hebben zonder dat hun belastingtarief verschilt.

De witte en de groene tabel

De witte tabel geldt voor loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en bevat de arbeidskorting; de groene tabel geldt voor pensioen en uitkeringen en bevat die korting niet. Bij hetzelfde brutobedrag houdt iemand met salaris daardoor enkele honderden euro's per maand meer over dan iemand met een uitkering. Wie halverwege het jaar van loon naar uitkering gaat of andersom, krijgt met beide tabellen te maken en ziet het verschil direct terug op de eerste strook.

Het jaaropgaafformulier

De jaaropgaaf vermeldt het fiscale loon, de ingehouden loonheffing, de verrekende arbeidskorting en de bijdrage Zorgverzekeringswet. Die vier getallen vullen de aangifte, en het loont ze te vergelijken met de som van de twaalf loonstroken voordat u akkoord gaat met de vooraf ingevulde aangifte.

Geschreven doorRadif Partners

Uitgever van rekentools en praktische gidsen