Inkomstenbelasting Berekenen 2026
Bereken je totale inkomstenbelasting over alle drie de boxen. Inclusief heffingskortingen, Box 2-drempel en Box 3-forfaitair rendement.
Bereken je inkomstenbelasting
Box 1: Werk en woning
Loon, winst, pensioen, eigen woning
Box 2: Aanmerkelijk belang
Dividend en vervreemdingswinst uit eigen BV
Box 3: Sparen en beleggen
Totale inkomstenbelasting
€ 10.859,67
Per maand: € 904,97
Box 1
€ 10.859,67
Werk en woning
Box 2
€ 0,00
Aanmerkelijk belang
Box 3
€ 0,00
Sparen en beleggen
Box 1: Gedetailleerde berekening
| Component | Bedrag |
|---|---|
| Schijf 1 (2%) | € 13.900,67 |
| Schijf 2 (2%) | € 4.175,55 |
| Bruto belasting | € 18.076,22 |
| Algemene heffingskorting | - € 1.818,51 |
| Arbeidskorting | - € 5.398,04 |
| Netto Box 1 belasting | € 10.859,67 |
Deze tool biedt schattingen op basis van de belastingtarieven 2026. Box 1 betreft loonheffing na heffingskortingen. Raadpleeg een belastingadviseur voor je specifieke situatie.
Disclaimer: Deze berekening is indicatief en dient niet als financieel advies. Hoewel we streven naar nauwkeurigheid op basis van de belastingregels voor 2026, kunnen individuele omstandigheden afwijken. Raadpleeg een belastingadviseur voor uw specifieke situatie.
Het Nederlandse boxenstelsel uitgelegd
Nederland hanteert sinds 2001 het zogenoemde boxenstelsel voor de inkomstenbelasting. Dit systeem verdeelt al je inkomen en vermogen in drie afzonderlijke categorieen, de "boxen", elk met eigen tarieven en regels. Het idee achter het boxenstelsel is dat verschillende soorten inkomen op een passende manier worden belast. Elke box wordt onafhankelijk van de andere berekend. Je kunt geen verliezen of aftrekposten van de ene box verrekenen met inkomen in een andere box. De totale inkomstenbelasting is de som van de belasting in alle drie de boxen. Hieronder leggen we elke box in detail uit. Loon en winst horen in box 1, aandelen in een eigen BV in box 2, en spaargeld en beleggingen in box 3; verlies in de ene box kun je niet verrekenen met winst in de andere.
Box 1: Werk en woning
Box 1 is de box waar de meeste Nederlanders mee te maken hebben. Hierin valt al het inkomen uit:
- Arbeid: loon, salaris, bonussen, vakantiegeld, ontslagvergoeding
- Winst uit onderneming: voor ZZP'ers en andere ondernemers
- Pensioen en uitkeringen: AOW, bedrijfspensioen, WW, WIA
- Eigen woning: het eigenwoningforfait (bijtelling) minus hypotheekrenteaftrek
Box 1 kent drie progressieve belastingschijven in 2026:
| Schijf | Inkomen | Tarief |
|---|---|---|
| 1 | Tot €38.883 | 35,75% (incl. premies) |
| 2 | €38.883 - €78.426 | 37,56% |
| 3 | Boven €78.426 | 49,50% |
Op de berekende belasting in Box 1 worden heffingskortingen in mindering gebracht: de algemene heffingskorting (max €3.115) en de arbeidskorting (max €5.685 voor werkenden). Het bedrag na aftrek van kortingen is de netto Box 1-belasting.
Box 2: Aanmerkelijk belang
Box 2 is relevant voor mensen die minimaal 5% van de aandelen in een BV bezitten. Dit wordt een aanmerkelijk belang genoemd. In Box 2 wordt belasting geheven over:
- Dividenduitkeringen: winstuitkeringen die je ontvangt vanuit je eigen BV
- Vervreemdingswinst: de winst die je maakt bij verkoop van je aandelen
In 2026 gelden twee tarieven voor Box 2:
- 24,5% over de eerste €68.843 (met fiscaal partner: €137.686)
- 31,0% over het bedrag daarboven
Het tweeschijvensysteem in Box 2 is in 2024 ingevoerd om DGA's te ontmoedigen grote bedragen in een keer uit te keren. Door de drempel met een fiscaal partner te verdubbelen, kunnen partners samen tot €137.686 tegen het lage tarief uitkeren.
Tip voor DGA's: als je van plan bent een groot bedrag uit je BV te halen, kan het fiscaal voordelig zijn om de uitkering over meerdere jaren te spreiden. Zo profiteer je elk jaar van het lagere tarief van 24,5% over de eerste €68.843.
Box 3: Sparen en beleggen
Box 3 belast je vermogen uit sparen en beleggen. Het systeem werkt fundamenteel anders dan Box 1 en 2: je betaalt niet over je werkelijke rendement, maar over een door de Belastingdienst berekend forfaitair rendement.
Zo werkt Box 3 in 2026:
- Bepaal je totale vermogen: spaargeld + beleggingen - schulden
- Trek het heffingsvrij vermogen af: €59.357 per persoon (€118.714 met partner)
- Bereken het forfaitair rendement:
- Spaargeld: 1,28% (laag, sluit aan bij spaarrente)
- Beleggingen: 6,00% (aandelen, obligaties, crypto, vastgoed)
- Betaal 36% belasting over het berekende rendement
Het Box 3-systeem is de afgelopen jaren onderwerp van veel discussie geweest. Na het Kerstarrest van de Hoge Raad (2021) heeft de wetgever het systeem aangepast zodat het beter aansluit bij het werkelijke rendement. Spaargeld wordt nu tegen een veel lager forfait belast dan beleggingen, wat eerlijker is voor mensen die voornamelijk sparen.
Voorbeeld Box 3-berekening
Stel je hebt €100.000 aan spaargeld en €50.000 aan beleggingen, zonder fiscaal partner:
- Totaal vermogen: €150.000
- Heffingsvrij vermogen: €59.357
- Rendementsgrondslag: €90.643
- Forfaitair rendement spaargeld: €100.000 x 1,28% = €1.280
- Forfaitair rendement beleggingen: €50.000 x 6,00% = €3.000
- Totaal rendement: €4.280
- Rendement toegerekend aan grondslag: €4.280 x (€90.643/€150.000) = €2.586
- Belasting: €2.586 x 36% = €931
De drie boxen vergeleken
| Kenmerk | Box 1 | Box 2 | Box 3 |
|---|---|---|---|
| Wat wordt belast? | Arbeidsinkomen, pensioen, eigen woning | Dividend en verkoopwinst uit BV | Vermogen (sparen en beleggen) |
| Tarief | 35,75% - 49,50% | 24,5% - 31,0% | 36% over forfaitair rendement |
| Heffingskortingen | Ja (AHK, AK, IACK, etc.) | Nee | Nee |
| Vrijstelling | Nee (wel kortingen) | Nee | €59.357 p.p. |
Tips voor je belastingaangifte
Bij het invullen van je belastingaangifte komt het boxenstelsel volledig samen. Hier zijn enkele praktische tips:
- Hypotheekrenteaftrek: vergeet niet je hypotheekrente op te geven in Box 1. Dit kan duizenden euro's besparen.
- Box 3-peildatum: je vermogen wordt gemeten op 1 januari van het belastingjaar. Grote aankopen of afbetalingen net voor of na deze datum kunnen fiscaal relevant zijn.
- DGA-loon: als DGA ben je verplicht jezelf een gebruikelijk loon toe te kennen (minimaal €56.000 in 2026). Dit valt in Box 1.
- Fiscaal partnerschap: met een fiscaal partner kun je de verdeling van Box 2 en Box 3 optimaliseren door inkomen toe te wijzen aan de partner met het laagste tarief.
- Schulden in Box 3: schulden boven de drempel (€3.800 per persoon) mogen in mindering worden gebracht op je vermogen.
Veelvoorkomende fouten bij de belastingaangifte
Veel Nederlanders laten onbedoeld geld liggen bij de belastingaangifte. Veelvoorkomende fouten zijn het vergeten van aftrekbare zorgkosten boven de drempel, het niet opgeven van giften aan ANBI-instellingen, en het missen van de specifieke zorgkosten-aftrek voor chronisch zieken. Controleer ook altijd of je recht hebt op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) als je werkende ouder bent met een kind jonger dan 12 jaar. Deze korting bedraagt maximaal circa €2.950 in 2026 en wordt vaak over het hoofd gezien.
Veelgestelde vragen over inkomstenbelasting
Gerelateerde berekeningen
- Bruto naar netto berekenen - bereken je nettosalaris
- Belastingschijven berekenen - belasting per schijf in Box 1
- Heffingskortingen berekenen - alle heffingskortingen
- Loonbelasting berekenen - loonheffingsberekening
- Effectief belastingtarief - je werkelijke belastingdruk
Bronnen
De aangifte en de vooraf ingevulde gegevens
De Belastingdienst vult de aangifte vooraf in met wat zij van derden ontvangt: loon en loonheffing van werkgevers, banksaldi per 1 januari, de WOZ-waarde, betaalde hypotheekrente en betaalde premies. Die gegevens zijn een hulpmiddel, geen vaststelling, en u blijft zelf verantwoordelijk voor de juistheid. Twee categorieën ontbreken vrijwel altijd: aftrekposten die niemand doorgeeft, zoals specifieke zorgkosten, giften aan niet-geregistreerde instellingen en betaalde partneralimentatie, en inkomsten die geen loonheffing kennen, zoals resultaat uit overige werkzaamheden.
Controleren loont vooral op drie punten. Het banksaldo per 1 januari, omdat een rekening die u in de loop van het jaar hebt opgeheven soms toch verschijnt. De WOZ-waarde, die hoort te zijn die van het vorige kalenderjaar. En de verdeling van gemeenschappelijke inkomsten en aftrekposten tussen fiscale partners, die vrij te kiezen is en waarbij de optimale verdeling zelden de standaardverdeling is.
Fiscaal partnerschap en de vrije verdeling
Fiscale partners mogen gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en aftrekposten in elke gewenste verhouding verdelen, zolang het totaal op honderd procent uitkomt. Dat geldt voor het saldo van de eigen woning, de persoonsgebonden aftrek en de grondslag van box 3. Omdat de tarieven progressief zijn en de heffingskortingen inkomensafhankelijk, levert de optimale verdeling vaak honderden euro's op. De aangiftesoftware rekent de gunstigste verdeling voor, maar alleen wanneer beide partners in dezelfde aangifte zitten.
Partnerschap ontstaat niet alleen door huwelijk of geregistreerd partnerschap. Samenwonen op hetzelfde adres met een notarieel samenlevingscontract, een gezamenlijk kind, een gezamenlijke eigen woning of een pensioenregeling waarin de ander als partner staat, maakt u eveneens fiscaal partner, en dat werkt door in toeslagen en in box 3.
Bezwaar en de termijn van zes weken
Tegen een aanslag kan binnen zes weken na dagtekening bezwaar worden gemaakt. Die termijn is hard: daarna resteert alleen een verzoek om ambtshalve vermindering, dat tot vijf jaar terug kan maar waarbij u geen recht hebt op behandeling binnen een termijn en waartegen geen beroep openstaat. Wie twijfelt of een aanslag klopt maar de stukken nog niet compleet heeft, dient daarom beter een pro-formabezwaar in en vult de gronden later aan.
Wanneer u aangifte moet doen
Een uitnodiging verplicht tot aangifte, ook wanneer er niets te betalen valt. Zonder uitnodiging bestaat de verplichting zodra u meer dan een drempelbedrag moet bijbetalen, en het recht zodra u meer dan een drempelbedrag terugkrijgt. Teruggaaf kan tot vijf jaar na het belastingjaar worden aangevraagd, wat betekent dat wie een aftrekpost is vergeten nog jaren de gelegenheid heeft. De reguliere termijn loopt tot 1 mei, met een automatische regeling voor wie voor 1 april indient en met uitstel op verzoek, waarbij bij bijbetaling belastingrente wordt gerekend vanaf 1 juli van het jaar na het belastingjaar.
De voorlopige aanslag
Wie structureel moet bijbetalen of terugkrijgt, kan een voorlopige aanslag aanvragen, die het bedrag in maandelijkse termijnen over het jaar verdeelt. Dat voorkomt een grote afrekening achteraf en beperkt de belastingrente. Een voorlopige aanslag is een schatting: wijzigt uw situatie, dan past u hem zelf aan, en bij de definitieve aanslag wordt het verschil verrekend. Vooral bij hypotheekrenteaftrek en bij inkomsten zonder loonheffing scheelt dat merkbaar in de maandelijkse kasstroom, terwijl de uiteindelijke belastingdruk over het jaar precies dezelfde blijft.
Geschreven doorRadif Partners
Uitgever van rekentools en praktische gidsen