Ga naar inhoud

Hoe wij het nettoloon berekenen

De volgorde bepaalt de uitkomst

Het nettoloon volgt niet uit één percentage. Over het belastbaar loon wordt eerst de loonheffing berekend volgens de schijven; die schijven bevatten zowel loonbelasting als premies volksverzekeringen, wat verklaart waarom het tarief in de eerste schijf zoveel hoger lijkt dan het belastingdeel alleen.

Daarna komen de heffingskortingen in mindering op de berekende heffing, niet op het loon. De algemene heffingskorting en de arbeidskorting worden boven een inkomensgrens afgebouwd, en die afbouw is de echte reden dat het marginale tarief in het middensegment hoger uitvalt dan het schijftarief doet vermoeden. De rekenhulp modelleert beide afbouwtrajecten expliciet.

Bijdrage Zvw en pensioenpremie

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet wordt door de werkgever afgedragen tot het maximumbijdrageloon; zij verschijnt niet als inhouding op het loonstrookje maar telt wel mee in de werkgeverslasten.

Pensioenpremie wordt ingehouden vóór de loonheffing en verlaagt dus het belastbaar loon. De franchise, het deel van het loon waarover geen pensioen wordt opgebouwd, verschilt per regeling, zodat twee gelijke brutolonen verschillende nettolonen kunnen opleveren.

Wat de rekenhulp niet doet

Geen rekening wordt gehouden met de 30%-regeling, bijtelling voor een auto van de zaak, levensloop, aftrekposten uit de aangifte, toeslagen of meerdere dienstverbanden. Uitgangspunt is één dienstverband met toepassing van de loonheffingskorting.

Het resultaat is een onderbouwde schatting, geen loonstrook. De werkelijke inhouding stelt de werkgever vast.

Wanneer wij bijwerken

Schijven, tarieven en kortingen wijzigen per 1 januari. Wij nemen de bedragen over uit de gepubliceerde tabellen van de Belastingdienst, niet uit nieuwsberichten. Elke pagina vermeldt bovenaan en in de voettekst de datum van de laatste wijziging, afkomstig uit de versiegeschiedenis van de site.

Waar de cijfers vandaan komen

Alle tarieven en grenzen komen uit de volgende officiële bronnen:

Toeslagen: hoe wij rekenen en hoe wij dat controleren

De rekentools voor zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget gebruiken één motor met één parameterbestand. Alle bedragen, grenzen en percentages voor 2026 komen uit de brochures Berekening … 2026 van de Dienst Toeslagen en uit de wetten op wetten.overheid.nl, overgenomen op 2026-10-03. De motor volgt de rekenstappen van die brochures, rondt het maandbedrag naar beneden af op hele euro's en past de algemene regels van de Awir toe: geen toekenning onder € 24 per jaar (artikel 14) en geen terugvordering tot € 121 (artikel 26a).

Elk officieel rekenvoorbeeld uit die brochures is een geautomatiseerde test. De tabel hieronder wordt bij elke publicatie opnieuw door de motor berekend; wijkt één uitkomst af, dan gaat de site niet online. Niet gemodelleerd zijn woonlandfactoren voor wie in het buitenland woont, het inkomen van medebewoners en kinderen boven de vrijstelling, en een toeslagpartner voor een deel van het jaar.

14 van de 14 officiële rekenvoorbeelden op de euro nagerekend (maandbedrag).
Toeslag Officieel voorbeeld Dienst Toeslagen Onze uitkomst
ZorgtoeslagAlleenstaand, € 19.000€ 129€ 129
ZorgtoeslagPaar € 33.200, partner niet verzekerd (50 %)€ 103€ 103
ZorgtoeslagPaar in België (woonlandfactor)€ 91€ 91
Huurtoeslag20 jaar, huur € 600, € 22.000€ 295€ 295
HuurtoeslagPaar + kind, huur € 1.200, € 34.000€ 492€ 492
HuurtoeslagAlleenstaand, 69, huur € 710, € 29.000€ 307€ 307
Kinderopvang€ 60.000, 122 u dagopvang à € 10,50€ 1.202€ 1.202
Kinderopvang€ 120.000, twee kinderen€ 1.162€ 1.162
KinderopvangAlleenstaand, gastouder 240 u (max. 230)€ 1.821€ 1.821
Kinderopvang€ 50.000, gastouder boven max. uurprijs€ 880€ 880
Kindgebonden budgetPaar € 45.000, kinderen 4 en 8€ 392€ 392
Kindgebonden budgetPaar € 45.000, kinderen 13 en 16€ 533€ 533
Kindgebonden budgetAlleenstaande ouder € 30.000, kind 8€ 497€ 497
Kindgebonden budgetPaar op Curaçao (90 %)€ 347€ 347