Ga naar inhoud

BTW Berekenen 2026

Reken snel BTW erbij of eraf. Kies je tarief (21%, 9% of 0%) en je berekeningsrichting.

Bedrag excl. BTW

€ 1.000,00

BTW bedrag (21%)

€ 210,00

Bedrag incl. BTW

€ 1.210,00

Snelle referentie: alle tarieven

TariefExcl. BTWBTWIncl. BTW
21% (Standaard tarief)€ 1.000,00€ 210,00€ 1.210,00
9% (Laag tarief)€ 1.000,00€ 90,00€ 1.090,00
0% (Vrijgesteld)€ 1.000,00€ 0,00€ 1.000,00

Deze tool biedt schattingen op basis van de BTW-tarieven 2026. Raadpleeg een belastingadviseur voor je specifieke situatie.

Disclaimer: Deze berekening is indicatief en dient niet als financieel advies. Hoewel we streven naar nauwkeurigheid op basis van de belastingregels voor 2026, kunnen individuele omstandigheden afwijken. Raadpleeg een belastingadviseur voor uw specifieke situatie.

Wat is BTW en hoe werkt het?

BTW staat voor Belasting Toegevoegde Waarde en is een belasting op de consumptie van goederen en diensten. In het Engels wordt het VAT genoemd (Value Added Tax). BTW wordt geheven in elke schakel van de productie- en distributieketen, maar uiteindelijk draagt de eindconsument de volledige last. Ondernemers fungeren als tussenpersoon: zij brengen BTW in rekening aan hun klanten en dragen deze af aan de Belastingdienst, terwijl zij de BTW op hun eigen inkopen mogen aftrekken. Voor je als ondernemer is het essentieel om het verschil te begrijpen tussen bedragen exclusief BTW en inclusief BTW. Je factureert in de meeste gevallen exclusief BTW en rekent de BTW er apart bij op. Het totaalbedrag inclusief BTW is wat je klant uiteindelijk betaalt. In je administratie en bij je BTW-aangifte werk je met de bedragen exclusief BTW.

De drie BTW-tarieven in Nederland (2026)

In Nederland gelden drie verschillende BTW-tarieven. Welk tarief van toepassing is, hangt af van het type product of dienst dat je levert.

Standaardtarief: 21%

Het standaardtarief van 21% geldt voor de meeste goederen en diensten in Nederland. Denk aan elektronica, kleding, meubels, advies- en consultancydiensten, softwareontwikkeling, marketing, juridische diensten en de meeste andere zakelijke en consumentendiensten. Als er geen specifieke uitzondering geldt, is het 21%-tarief van toepassing.

Verlaagd tarief: 9%

Het verlaagde tarief van 9% is bedoeld voor eerste levensbehoeften en bepaalde culturele en arbeidsintensieve diensten. Hieronder vallen:

  • Voedingsmiddelen: boodschappen, brood, groente, fruit, vlees, zuivel (exclusief alcoholische dranken)
  • Water: leidingwater
  • Boeken en e-books: fysieke en digitale boeken, kranten en tijdschriften
  • Medicijnen: geneesmiddelen en medische hulpmiddelen
  • Personenvervoer: bus, trein, tram, metro, taxi
  • Hotels en logies: overnachtingen in hotels, B&B's en campings
  • Cultuur: musea, bioscopen, concerten, theater, dierentuinen
  • Kappers: kappersbezoeken
  • Fietsenreparatie: reparatie van fietsen

Nultarief: 0%

Het nultarief geldt voor bepaalde grensoverschrijdende transacties. Je brengt dan 0% BTW in rekening, maar je behoudt wel het recht om voorbelasting af te trekken. Het nultarief is van toepassing op:

  • Intracommunautaire leveringen: goederen die je levert aan een btw-plichtige afnemer in een ander EU-land
  • Export buiten de EU: goederen die worden uitgevoerd naar landen buiten de Europese Unie
  • Bepaalde diensten aan buitenlandse ondernemers: waarbij de btw verlegd wordt naar de afnemer

BTW berekenen: formules en voorbeelden

Het berekenen van BTW is relatief eenvoudig als je de juiste formules kent. Hieronder vind je de formules voor de meest voorkomende berekeningen.

BTW erbij rekenen (exclusief naar inclusief)

Als je een bedrag exclusief BTW hebt en je wilt weten wat het inclusief BTW is:

  • Formule: bedrag excl. BTW × (1 + BTW-tarief)
  • 21% BTW: €1.000 × 1,21 = €1.210
  • 9% BTW: €1.000 × 1,09 = €1.090

BTW eraf halen (inclusief naar exclusief)

Als je een bedrag inclusief BTW hebt en je wilt weten wat het exclusief BTW is:

  • Formule: bedrag incl. BTW ÷ (1 + BTW-tarief)
  • 21% BTW: €1.210 ÷ 1,21 = €1.000 (BTW = €210)
  • 9% BTW: €1.090 ÷ 1,09 = €1.000 (BTW = €90)

Let op: een veelgemaakte fout is om 21% van het inclusief-bedrag af te trekken. Dit is onjuist! 21% van €1.210 is €254,10, maar het werkelijke BTW-bedrag is €210. Gebruik altijd de deling door 1,21 (of 1,09) voor een correct resultaat.

BTW-aangifte en voorbelasting

Als ondernemer ben je verplicht periodiek BTW-aangifte te doen bij de Belastingdienst. Hierbij geef je aan hoeveel BTW je in rekening hebt gebracht aan klanten (af te dragen BTW) en hoeveel BTW je hebt betaald over zakelijke inkopen (voorbelasting). Het verschil draag je af of ontvang je terug.

De meeste ondernemers doen per kwartaal BTW-aangifte. De deadlines zijn:

Kwartaal Periode Deadline aangifte
Q1 januari t/m maart 30 april
Q2 april t/m juni 31 juli
Q3 juli t/m september 31 oktober
Q4 oktober t/m december 31 januari

Kleineondernemersregeling (KOR)

Ben je een kleine ondernemer met een jaaromzet onder €20.000? Dan kun je gebruik maken van de kleineondernemersregeling (KOR). Met de KOR hoef je geen BTW in rekening te brengen, geen BTW-aangifte te doen en geen BTW-administratie bij te houden. Dit scheelt aanzienlijk in administratieve lasten.

Het nadeel van de KOR is dat je ook geen voorbelasting kunt terugvorderen. Als je veel zakelijke inkopen doet met BTW, kan het financieel voordeliger zijn om de KOR niet toe te passen. De keuze voor de KOR geldt voor minimaal drie jaar.

BTW en internationaal zakendoen

Bij grensoverschrijdende transacties gelden speciale BTW-regels. Lever je diensten aan een zakelijke klant in een ander EU-land, dan verleg je de BTW naar de afnemer (reverse charge). De klant berekent dan zelf de BTW in zijn eigen land. Voor goederen die je exporteert buiten de EU geldt het nultarief. Bij import van goederen betaal je BTW bij invoer, die je als voorbelasting kunt aftrekken.

Controleer bij internationale transacties altijd het BTW-identificatienummer (btw-id) van je klant via het VIES-systeem van de Europese Commissie. Zo voorkom je problemen bij de BTW-aangifte.

Veelgestelde vragen

Bronnen en meer informatie

De informatie op deze pagina is gebaseerd op de volgende officiele bronnen:

Veelgemaakte fouten bij de BTW-aangifte

Drie fouten komen in vrijwel elke controle terug. De eerste is het verwarren van het BTW-bedrag met de omzet: BTW die u in rekening brengt is nooit uw geld, u int het namens de Belastingdienst en draagt het af. Wie de volledige factuurbedragen als omzet boekt, ziet bij de aangifte plotseling een bedrag dat er niet is. De tweede is het terugvragen van voorbelasting over uitgaven die niet zakelijk zijn, of maar deels: bij gemengd gebruik van een telefoon, auto of werkruimte mag u alleen het zakelijke deel aftrekken, en dat deel moet aannemelijk zijn.

De derde is het missen van de aangiftedatum. De aangifte moet uiterlijk op de laatste dag van de maand na het kwartaal binnen zijn, en de betaling op diezelfde datum. Te laat betalen kost een verzuimboete plus belastingrente, ook als de aangifte zelf op tijd was. Een vierde punt betreft facturen zonder de verplichte gegevens: zonder BTW-identificatienummer, factuurnummer, datum en een duidelijke omschrijving van de prestatie kan de ontvanger de voorbelasting niet aftrekken, en dat komt vroeg of laat bij u terug.

BTW en de kleineondernemersregeling in de praktijk

De KOR ontslaat u van het berekenen en afdragen van BTW zolang uw omzet onder de drempel blijft, maar het is geen vrijblijvende keuze: u meldt zich aan bij de Belastingdienst en zit er vervolgens drie jaar aan vast. In die periode mag u ook geen voorbelasting terugvragen, wat de regeling ongunstig maakt voor wie investeert in apparatuur, een bedrijfsauto of een verbouwing. Voor een dienstverlener met weinig kosten en particuliere klanten pakt de KOR daarentegen bijna altijd voordelig uit, omdat de prijs voor de klant effectief eenentwintig procent lager ligt bij gelijke opbrengst.

BTW bij verkoop aan het buitenland

Bij levering aan een ondernemer in een ander EU-land verlegt u de BTW: u factureert nul procent en vermeldt het BTW-identificatienummer van de klant plus de woorden btw verlegd op de factuur. Dat nummer moet u controleren in het VIES-register van de Europese Commissie en het resultaat bewaren, want bij een onjuist nummer draait u zelf op voor de niet-afgedragen BTW. Daarnaast dient u een opgaaf intracommunautaire prestaties in, per kwartaal, waarin die leveringen per klant staan. Aan particulieren in de EU berekent u in beginsel Nederlandse BTW, tenzij uw grensoverschrijdende omzet de drempel van tienduizend euro passeert: dan geldt het tarief van het land van de klant en meldt u zich aan voor de eenloketregeling.

Buiten de EU is het eenvoudiger: uitvoer is belast tegen nul procent, mits u met vervoersdocumenten kunt aantonen dat de goederen de Unie daadwerkelijk hebben verlaten. Diensten aan niet-EU-klanten vallen meestal buiten de Nederlandse heffing, maar de plaats van dienst hangt af van het soort dienst en van de vraag of de afnemer ondernemer is.

Wanneer het kwartaal een maand wordt

De meeste ondernemers doen kwartaalaangifte, maar de Belastingdienst kan maandaangifte opleggen wanneer de af te dragen BTW structureel hoog is of wanneer er een betalingsachterstand ontstaat. Omgekeerd kan wie per saldo altijd BTW terugkrijgt, bijvoorbeeld bij overwegend nultarief, zelf om maandaangifte vragen: dat scheelt liquiditeit, omdat de teruggaaf twee maanden eerder binnenkomt. Jaaraangifte bestaat ook nog, voor zeer kleine ondernemingen, maar wordt zelden toegekend.

Geschreven doorRadif Partners

Uitgever van rekentools en praktische gidsen