Ga naar inhoud

Zorgtoeslag berekenen 2026

Met de standaardpremie, het drempelinkomen en de normpercentages die de Dienst Toeslagen voor 2026 hanteert.

Zorgtoeslag per maand

€ 129

€ 1.550 per jaar

Standaardpremie€ 2.119
Normpremie (1,912 % van drempel + 13,73 % erboven)− € 569
Zorgtoeslag per jaar€ 1.550
Inkomensgrens€ 40.857
Drempelinkomen € 29.736. Maandbedrag naar beneden afgerond op hele euro’s, zoals de Dienst Toeslagen doet. Methodiek

Disclaimer: Deze berekening is indicatief en dient niet als financieel advies. Hoewel we streven naar nauwkeurigheid op basis van de belastingregels voor 2026, kunnen individuele omstandigheden afwijken. Raadpleeg een belastingadviseur voor uw specifieke situatie.

Zorgtoeslag is in 2026 maximaal € 129 per maand voor wie alleen woont en € 246 voor een aanvrager met toeslagpartner. Dat maximum geldt tot een toetsingsinkomen van € 29.736, het drempelinkomen; daarboven gaat er 13,73 % van elke extra euro af, tot de toeslag bij € 40.857 (alleen) of € 51.142 (samen) op nul staat. Wie zijn zorgtoeslag wil berekenen, hoeft dus maar twee dingen te weten: het toetsingsinkomen van het huishouden en of er een toeslagpartner is. De premie van je eigen polis speelt geen rol, want de wet rekent met een standaardpremie van € 2.119 per persoon. Een alleenstaande met € 35.000 toetsingsinkomen krijgt zo € 68 per maand; met € 19.000 is het het volle bedrag van € 129. Het vermogen op 1 januari mag niet boven € 146.011 uitkomen.

De formule in vijf stappen

De Dienst Toeslagen berekent de zorgtoeslag als het verschil tussen twee premies. De standaardpremie is wat een gemiddelde zorgverzekering volgens de wet kost: € 2.119 per jaar, of € 4.238 bij een toeslagpartner. De normpremie is wat je gezien je inkomen zelf kunt dragen. Wat de standaardpremie boven de normpremie uitkomt, is je zorgtoeslag.

De normpremie bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een vast percentage van het drempelinkomen: 1,912 % zonder partner (€ 569) en 4,289 % met partner (€ 1.275). Het tweede deel is 13,73 % van het toetsingsinkomen boven het drempelinkomen. Ligt je inkomen onder de drempel, dan is dat tweede deel nul en krijg je het maximum. Die percentages staan in het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag, dat ze al tot 2040 vastlegt; ze stijgen elk jaar een klein beetje.

Rekenvoorbeeld uit de brochure van de Dienst Toeslagen: Wouter woont alleen en verdient € 19.000. Zijn normpremie is 1,912 % van € 29.736 = € 569; het tweede deel is nul. Zijn zorgtoeslag is € 2.119 min € 569, dus € 1.550 per jaar en € 129 per maand na afronding naar beneden. De calculator hierboven komt op exact hetzelfde uit, net als bij de twee andere officiële voorbeelden.

Zorgtoeslag per inkomen

De motor van de calculator geeft voor een reeks toetsingsinkomens het maandbedrag, alleen en met toeslagpartner. Tussen twee regels loopt het bedrag lineair: per € 1.000 meer inkomen ongeveer € 11 per maand minder. De volledige tabel in stappen van € 500 staat op de pagina zorgtoeslag tabel 2026.

ToetsingsinkomenAlleen, per maandMet partner, per maand
€ 20.000€ 129€ 246
€ 30.000€ 126€ 243
€ 33.000€ 91€ 209
€ 36.000€ 57€ 175
€ 39.000€ 23€ 140
€ 42.000€ 0€ 106
€ 45.000€ 0€ 72
€ 48.000€ 0€ 37
€ 51.000€ 0€ 3

Welk inkomen telt?

Het toetsingsinkomen is je verzamelinkomen uit de aangifte inkomstenbelasting, of je belastbaar loon als je geen aangifte doet. Voor een werknemer komt dat neer op het bruto jaarloon met vakantiegeld en eventuele eindejaarsuitkering, min de pensioenpremie die al op het loon is ingehouden en min aftrekposten. Een bruto maandloon van € 2.500 met 8 % vakantiegeld geeft € 32.400 toetsingsinkomen. Inkomen uit sparen en beleggen telt mee voor zover het in box 3 belast is; een uitkering of pensioen telt mee als loon. Woon je buiten Nederland, dan is je wereldinkomen het toetsingsinkomen.

Omdat het om het inkomen over het hele kalenderjaar gaat, telt een maand met een bonus even zwaar als de rest. Wie in september een vaste baan krijgt na een studie, heeft vaak een laag jaarinkomen en dus toch recht op een flink deel van de zorgtoeslag over dat jaar. Zet je verwachte jaarinkomen in Mijn toeslagen, niet je maandloon maal twaalf.

Achttien worden, studeren en een halfjaar werken

Wie 18 wordt, gaat vanaf de maand erna zelf premie betalen en kan vanaf dan zorgtoeslag krijgen. De meeste studenten met een bijbaan blijven ruim onder het drempelinkomen: met € 9.000 toetsingsinkomen krijg je het volle bedrag van € 129 per maand. Studiefinanciering telt niet mee als inkomen, een bijbaan wel. Dat geldt ook voor jongeren die nog bij hun ouders wonen: de zorgtoeslag hangt af van je eigen inkomen, niet van dat van je ouders, zolang zij geen toeslagpartner van je zijn.

Begin je halverwege het jaar met werken, dan telt alleen het inkomen dat je in dat kalenderjaar verdient. Een afgestudeerde die per 1 juli een baan van € 3.500 bruto per maand begint, heeft over het hele jaar zo'n € 21.000 toetsingsinkomen, plus wat hij in het voorjaar bijverdiende. Daarbij hoort € 129 zorgtoeslag per maand, over alle twaalf maanden. Geef bij de aanvraag dus je verwachte jaarinkomen op, niet het nieuwe maandloon maal twaalf, anders laat je geld liggen.

Zzp'ers en wisselend inkomen

Wie als zelfstandige werkt, kent zijn toetsingsinkomen pas na de aangifte: het is de winst na ondernemersaftrek en mkb-winstvrijstelling, plus ander inkomen. Neem als schatting de winst van vorig jaar en pas die aan zodra de omzet duidelijk afwijkt. Schat liever iets te hoog: een te laag geschat inkomen leidt anderhalf jaar later tot een terugvordering, een te hoog geschat inkomen tot een nabetaling. Voor uitzendkrachten en oproepkrachten geldt hetzelfde. Wie over meerdere jaren een sterk schommelend inkomen heeft, rekent elk jaar opnieuw: een goed jaar kost de zorgtoeslag van dat jaar, maar niet die van het jaar erna.

Met of zonder toeslagpartner

Met een toeslagpartner verdubbelt de standaardpremie, maar de normpremie stijgt ook, omdat het vaste deel 4,289 % is in plaats van 1,912 %, en omdat jullie inkomens worden opgeteld. Voor twee mensen met elk een laag inkomen is het samen vaak gunstiger dan apart. Voor een stel waarvan één partner goed verdient, valt de toeslag snel weg. Twee partners met € 28.000 en € 14.000 krijgen samen € 106 per maand; als ze elk apart zouden aanvragen, kwam dat op € 258, maar die keuze heb je niet: wie toeslagpartner is, bepaalt de wet. De gids over de toeslagpartner legt uit wanneer dat zo is.

Wonen in het buitenland of een partner zonder Nederlandse verzekering

Woon je in een verdragsland en ben je via het CAK verzekerd omdat je een Nederlandse uitkering of pensioen ontvangt, dan vermenigvuldigt de Dienst Toeslagen de standaardpremie met een woonlandfactor die de zorgkosten in dat land weerspiegelt. Voor België is die factor 0,8165: twee keer de standaardpremie wordt dan € 3.460. Is een van beide partners geen verzekerde of verdragsgerechtigde, dan krijgt het paar de helft van de berekende toeslag. Deze gevallen zitten niet in de calculator; de officiële brochure geeft de factoren voor alle landen.

Voorwaarden in het kort

  • Je bent 18 jaar of ouder: jongeren betalen geen premie en hebben dus niets te compenseren.
  • Je hebt een Nederlandse zorgverzekering, of je bent via het CAK verzekerd als verdragsgerechtigde.
  • Je verblijft rechtmatig in Nederland; voor de meeste nieuwkomers betekent dat een geldige verblijfsvergunning.
  • Je toetsingsinkomen blijft onder de grens en de berekende toeslag is minstens € 24 per jaar.
  • Je vermogen op 1 januari blijft onder € 146.011, of € 184.633 met partner.

Zorgtoeslag en het eigen risico

De zorgtoeslag compenseert de nominale premie van de basisverzekering, niet het eigen risico. Dat onderscheid bepaalt hoeveel zorg je werkelijk kost. Het verplichte eigen risico betaal je zelf zodra je zorg gebruikt die eronder valt: specialist, ziekenhuis, medicijnen, bloedonderzoek. Huisarts en verloskundige zorg vallen erbuiten. Wie zijn eigen risico vrijwillig verhoogt, krijgt korting op de premie, maar die korting verandert niets aan de toeslag: de toeslag rekent met de standaardpremie, niet met de jouwe. Voor wie zelden zorg gebruikt, levert dat netto voordeel op; voor wie elk jaar medicijnen of een specialist nodig heeft, is het bijna altijd verlies.

Aanvragen en wijzigingen doorgeven

Je vraagt zorgtoeslag aan in Mijn toeslagen of de Toeslagen-app, met DigiD. Over 2026 kan dat tot en met 31 december 2027 (Awir artikel 15). Het voorschot loopt daarna automatisch door naar volgend jaar, met een inkomen dat de Belastingdienst zelf schat; controleer die schatting in december. Vier gebeurtenissen maken een wijziging urgent: een nieuwe baan of loonsverhoging, samenwonen of uit elkaar gaan, een erfenis of ontslagvergoeding, en spaargeld dat op 1 januari boven de grens komt. Geef je een hoger inkomen niet door, dan volgt na de definitieve berekening een terugvordering; hoe dat werkt staat in de gids toeslagen terugbetalen.

Veelgestelde vragen

Bronnen

Alle cijfers voor 2026 zijn op 3 oktober 2026 uit deze officiële bronnen overgenomen. Ze staan in één parameterbestand dat de rekentools lezen, zodat pagina's en tools altijd dezelfde getallen gebruiken.

Geschreven doorRadif Partners

Uitgever van rekentools en praktische gidsen