Ga naar inhoud

Belastingschijven Berekenen 2026

Bekijk direct hoeveel belasting je in elke schijf betaalt. Inclusief visuele verdeling en gedetailleerde berekening per inkomensdeel.

Totale belasting (IB + premies)

€ 18.076,22

Effectief tarief: 36,15%

Visuele verdeling over schijven

Schijf 1 (2%)
Schijf 2 (2%)

Gedetailleerde berekening per schijf

SchijfInkomensdeelTariefInkomen in schijfBelasting
Schijf 1
€ 0,00 - € 38.883,002%€ 38.883,00€ 13.900,67
Schijf 2
€ 38.883,00 - € 78.426,002%€ 11.117,00€ 4.175,55
Totaal belasting€ 18.076,22

Bruto inkomen

€ 50.000,00

Na belasting (voor kortingen)

€ 31.923,78

Let op: dit is de belasting voor heffingskortingen. Je werkelijke loonheffing is lager door de algemene heffingskorting en arbeidskorting.

Deze tool biedt schattingen op basis van de belastingtarieven 2026. De getoonde bedragen zijn voor heffingskortingen. Raadpleeg een belastingadviseur voor je specifieke situatie.

Disclaimer: Deze berekening is indicatief en dient niet als financieel advies. Hoewel we streven naar nauwkeurigheid op basis van de belastingregels voor 2026, kunnen individuele omstandigheden afwijken. Raadpleeg een belastingadviseur voor uw specifieke situatie.

Wat zijn belastingschijven?

Belastingschijven vormen de basis van het Nederlandse belastingstelsel. Ze bepalen hoeveel belasting je betaalt over verschillende delen van je inkomen. Nederland hanteert een progressief belastingstelsel: hoe meer je verdient, hoe hoger het tarief op je bovenste inkomensschijf. Maar dat hogere tarief geldt alleen over het deel van je inkomen dat in die schijf valt, niet over je volledige salaris. Dit systeem is bedoeld om de belastingdruk eerlijk te verdelen. Iemand met een laag inkomen betaalt relatief minder belasting dan iemand met een hoog inkomen. De schijven worden elk jaar door de overheid vastgesteld en kunnen veranderen op basis van inflatiecorrectie en politieke keuzes. De grenzen liggen in 2026 op 38.883 en 78.426 euro, met tarieven van 35,75, 37,56 en 49,50 procent; de premies volksverzekeringen zitten alleen in de eerste schijf, wat verklaart waarom die zoveel hoger is dan het belastingdeel alleen.

De drie belastingschijven van 2026

In 2026 kent Nederland drie belastingschijven voor Box 1 (werk en woning). Dit is het overzicht voor personen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt:

Schijf Belastbaar inkomen Tarief
1 Tot €38.883 35,75%
2 €38.883 - €78.426 37,56%
3 Boven €78.426 49,50%

Stel je verdient €60.000 bruto per jaar. Dan betaal je 35,75% over de eerste €38.883 en 37,56% over de resterende €21.117. Het totaal wordt €13.900 + €7.931 = €21.831 aan bruto belasting. Na aftrek van heffingskortingen betaal je uiteindelijk minder.

Hoe werkt het progressieve belastingstelsel?

Het woord "progressief" betekent dat het belastingtarief stijgt naarmate je inkomen hoger wordt. Dit is een veelvoorkomend misverstand: veel mensen denken dat als ze in een hogere schijf vallen, hun hele inkomen tegen dat hogere tarief wordt belast. Dat is niet zo.

Elk inkomensdeel wordt belast tegen het tarief van de schijf waarin het valt. Je eerste €38.883 wordt altijd belast tegen 35,75%, ongeacht hoe hoog je totale inkomen is. Pas het inkomen boven €38.883 wordt tegen het hogere tarief van 37,56% belast, enzovoort.

Dit principe zorgt ervoor dat een salarisverhoging nooit tot een netto inkomensdaling kan leiden. Als je een opslag krijgt, betaal je alleen het hogere tarief over de extra euro's, niet over je eerdere inkomen. Het effectieve belastingtarief (het gemiddelde percentage over je totale inkomen) is daarom altijd lager dan je marginale tarief (het tarief op je laatst verdiende euro).

Samenstelling van het tarief in schijf 1

Het tarief van 35,75% in de eerste schijf bestaat niet alleen uit inkomstenbelasting. Het is een combinatie van twee componenten:

  • Inkomstenbelasting: 8,10% - dit is het eigenlijke belastingdeel dat naar de staatskas gaat.
  • Premies volksverzekeringen: 27,65% - dit zijn verplichte premies voor sociale zekerheid:
    • AOW-premie: 17,90% (staatspensioen)
    • Anw-premie: 0,10% (nabestaandenverzekering)
    • Wlz-premie: 9,65% (langdurige zorg)

De premies volksverzekeringen worden alleen geheven over het inkomen in de eerste schijf (tot €38.883). In de tweede en derde schijf betaal je uitsluitend inkomstenbelasting. Dit verklaart waarom het verschil tussen schijf 1 (35,75%) en schijf 2 (37,56%) relatief klein is: in schijf 2 betaal je alleen het hogere IB-tarief, maar geen premies volksverzekeringen meer.

Belastingschijven voor AOW-gerechtigden

Als je de AOW-leeftijd hebt bereikt (67 jaar in 2026), veranderen de belastingschijven aanzienlijk. Omdat je geen AOW-premie meer betaalt (17,90%), daalt het tarief in de eerste schijf naar slechts 17,85%. De tweede en derde schijf blijven gelijk.

Schijf Belastbaar inkomen Tarief (AOW-leeftijd)
1 Tot €38.883 17,85%
2 €38.883 - €78.426 37,56%
3 Boven €78.426 49,50%

Dit lagere tarief in de eerste schijf is de reden waarom gepensioneerden met eenzelfde bruto-inkomen netto meer overhouden dan werkenden. Het verschil kan oplopen tot bijna €7.000 per jaar bij een inkomen in de eerste schijf.

Hoe verhoudt Nederland zich tot andere landen?

Het Nederlandse belastingstelsel met drie schijven is internationaal gezien relatief eenvoudig. België kent bijvoorbeeld vijf schijven, Duitsland hanteert een complexer systeem met een glijdende schaal, en het Verenigd Koninkrijk kent vier schijven. Het toptarief van 49,50% in Nederland behoort tot de hogere in Europa, maar de combinatie met heffingskortingen zorgt ervoor dat de effectieve belastingdruk voor middeninkomens vergelijkbaar is met omringende landen.

Belangrijk om te weten is dat veel landen verschillende vormen van sociale premies kennen die niet direct in de belastingschijven zijn opgenomen. In Nederland zitten de premies volksverzekeringen verwerkt in het tarief van de eerste schijf, waardoor het lijkt alsof het tarief hoog is, maar je betaalt hiermee tegelijk voor je AOW-pensioen, nabestaandenverzekering en langdurige zorg.

Tips om je belastingdruk te verlagen

Hoewel je de belastingschijven zelf niet kunt veranderen, zijn er diverse mogelijkheden om je belastbare inkomen te verlagen en daarmee minder belasting te betalen:

  • Hypotheekrenteaftrek: rente op je hypotheek is aftrekbaar in Box 1, waardoor je belastbaar inkomen daalt. Het maximale aftrekpercentage is 37,56% in 2026.
  • Pensioenpremie: je eigen bijdrage aan je pensioenregeling wordt afgetrokken van je bruto-inkomen voor je de belasting berekent.
  • Lijfrentepremie: je kunt een lijfrente opbouwen en de premies aftrekken, mits je onvoldoende pensioenopbouw hebt (jaarruimte).
  • Giftenaftrek: giften aan ANBI-instellingen zijn onder voorwaarden aftrekbaar.
  • Specifieke zorgkosten: bepaalde zorgkosten die niet vergoed worden door je zorgverzekering kun je aftrekken.

Veelgestelde vragen over belastingschijven

Gerelateerde berekeningen

Wil je meer weten over hoe belasting je inkomen beinvloedt? Gebruik dan ook onze andere calculators:

Bronnen

De informatie op deze pagina is gebaseerd op officiele bronnen:

Twee schijven, maar niet twee tarieven

Sinds 2020 kent box 1 voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt twee schijven in plaats van vier. Dat suggereert eenvoud, maar het werkelijke verloop van de belastingdruk is ingewikkelder dan twee percentages, omdat de heffingskortingen erdoorheen lopen. De algemene heffingskorting bouwt af boven een drempel met een vast percentage, en de arbeidskorting loopt eerst op, bereikt een maximum en daalt daarna weer. Het gecombineerde effect is dat de marginale druk niet in twee stappen verloopt maar in vijf of zes, met zones waarin een euro extra inkomen zwaarder wordt belast dan het schijftarief doet vermoeden.

Voor wie de AOW-leeftijd wel heeft bereikt, geldt een derde schijf onderaan: over het eerste deel van het inkomen wordt geen AOW-premie meer geheven, waardoor het tarief daar bijna twintig procentpunten lager ligt. Dat verklaart waarom een gepensioneerde met hetzelfde bruto-inkomen als een werkende netto meer overhoudt, en waarom doorwerken na de AOW-leeftijd fiscaal gunstiger is dan ervoor.

Wat de schijven niet omvatten

Box 1 belast inkomen uit werk en woning. Daarnaast bestaan box 2 voor inkomen uit aanmerkelijk belang, met sinds 2024 twee tarieven in plaats van één, en box 3 voor inkomen uit sparen en beleggen, dat forfaitair wordt belast. De drie boxen kennen elk hun eigen tarief en hun eigen verliesverrekening: een verlies in box 1 kan niet met winst in box 3 worden verrekend. Voor een directeur-grootaandeelhouder of iemand met vermogen zegt het box 1-tarief dus maar een deel van het verhaal.

Ook binnen box 1 tellen niet alle bedragen mee. Het inkomen waarover de schijven worden toegepast is het belastbaar inkomen: het brutoloon min de pensioenpremie, min de aftrekbare kosten en aftrekposten zoals hypotheekrente, lijfrentepremie en betaalde partneralimentatie. Wie zijn effectieve druk wil kennen, moet dus eerst die aftrekposten in beeld hebben, en niet het bruto jaarsalaris in de tabel opzoeken.

Indexatie van de schijfgrenzen

De schijfgrenzen worden jaarlijks aangepast aan de inflatie, maar niet altijd volledig. Wanneer de indexatie achterblijft bij de loonstijging, verschuift een deel van de inkomens naar een hogere schijf zonder dat er reëel iets is verbeterd. Dat verschijnsel heet bracket creep en is een van de redenen waarom een loonsverhoging gelijk aan de inflatie toch tot een hogere effectieve belastingdruk kan leiden.

Aftrekposten en de schijf waarin zij landen

Een aftrekpost levert het marginale tarief op, niet het gemiddelde. Wie in de tweede schijf zit, bespaart met duizend euro aftrek dus aanzienlijk meer dan wie in de eerste schijf zit. Voor drie aftrekposten geldt sinds enkele jaren echter een beperking: de hypotheekrenteaftrek, de aftrek van betaalde partneralimentatie en de ondernemersaftrek worden voor wie in de hoogste schijf valt afgetopt op het tarief van de eerste schijf. Het voordeel van die posten is daarmee voor hogere inkomens teruggebracht tot ongeveer wat een middeninkomen eraan overhoudt.

Voor andere posten, zoals de lijfrentepremie en de giftenaftrek, geldt die aftopping niet: die blijven aftrekbaar tegen het volle marginale tarief. Dat verschil bepaalt in welke volgorde het loont om aftrekposten te benutten, en het is een van de weinige plaatsen waar de volgorde van handelen binnen een kalenderjaar werkelijk geld scheelt.

Geschreven doorRadif Partners

Uitgever van rekentools en praktische gidsen