Vermogensbelasting Berekenen 2026
Bereken direct hoeveel box 3 belasting je betaalt over je spaargeld, beleggingen en schulden.
Jouw vermogen op 1 januari 2026
Spaarrekeningen, deposito's, contant geld
Aandelen, obligaties, vastgoed (niet eigen woning), crypto
Drempel: € 3.800,00 per persoon
Resultaat vermogensbelasting 2026
Box 3 belasting
€ 787,20
Effectief tarief
0,61%
Gedetailleerde berekening
| Totaal bezittingen | € 130.000,00 |
| Heffingsvrij vermogen | - € 59.357,00 |
| Rendementsgrondslag | € 70.643,00 |
Forfaitair rendement per categorie
| Categorie | Bedrag | Rendement % | Forfaitair |
|---|---|---|---|
| Spaargeld | € 80.000,00 | 2% | € 1.024,00 |
| Beleggingen | € 50.000,00 | 2% | € 3.000,00 |
| Forfaitair rendement | € 2.186,67 | ||
| Belasting (0%) | € 787,20 | ||
Heffingsvrij vermogen 2026
In 2026 is het heffingsvrij vermogen € 59.357,00 per persoon. Met een fiscaal partner is dit € 118.714,00 samen. Alleen het vermogen boven deze vrijstelling wordt belast.
Deze tool biedt schattingen op basis van de belastingtarieven 2026. Raadpleeg een belastingadviseur voor je specifieke situatie.
Disclaimer: Deze berekening is indicatief en dient niet als financieel advies. Hoewel we streven naar nauwkeurigheid op basis van de belastingregels voor 2026, kunnen individuele omstandigheden afwijken. Raadpleeg een belastingadviseur voor uw specifieke situatie.
Wat is vermogensbelasting in Nederland?
Vermogensbelasting, officieel de vermogensrendementsheffing, is de belasting die je in Nederland betaalt over je vermogen in box 3 van de inkomstenbelasting. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, belast de Nederlandse fiscus niet je daadwerkelijke rendement, maar een fictief rendement dat de overheid vaststelt. Dit heet het forfaitair rendement. Het systeem werkt als volgt: de Belastingdienst kijkt naar je vermogen op de peildatum (1 januari van het belastingjaar), trekt het heffingsvrij vermogen af, berekent een fictief rendement op basis van de samenstelling van je vermogen, en heft daar 36% belasting over. Of je nu in werkelijkheid winst of verlies hebt gemaakt op je beleggingen, maakt voor de belasting niet uit. Spaargeld en beleggingen hebben elk een eigen forfaitair rendement, waardoor hetzelfde vermogen een andere heffing oplevert naargelang de samenstelling; schulden boven een drempel mag je ervan aftrekken.
Hoe werkt box 3 in 2026?
Sinds 2023 hanteert de Belastingdienst een werkelijk-rendement-achtig systeem waarbij het forfaitair rendement afhangt van de samenstelling van je vermogen. Er zijn drie categorieen:
| Categorie | Forfaitair rendement | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Spaargeld | 1,28% | Banktegoeden, spaarrekeningen, deposito's |
| Beleggingen | 6,00% | Aandelen, obligaties, vastgoed, crypto, ETF's |
| Schulden | 2,70% (aftrek) | Persoonlijke leningen, doorlopend krediet |
Het gewogen gemiddelde rendement wordt berekend op basis van de verhouding spaargeld/beleggingen/schulden in je totale vermogen. Vervolgens betaal je 36% belasting over dit fictieve rendement.
Heffingsvrij vermogen 2026
Niet al je vermogen wordt belast. In 2026 geldt een heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon. Heb je een fiscaal partner (getrouwd, geregistreerd partnerschap, of samenwonend met notarieel contract), dan verdubbelt dit naar €118.714. Alleen het vermogen boven deze vrijstelling telt mee voor de berekening van het forfaitair rendement.
Dit betekent dat je als alleenstaande tot bijna €60.000 aan vermogen kunt hebben zonder enige vermogensbelasting te betalen. Voor partners samen is dat bijna €120.000. Het loont dus om te weten of je als fiscaal partner kwalificeert, want dit kan duizenden euro's schelen.
Rekenvoorbeeld vermogensbelasting 2026
Stel, je bent alleenstaand en hebt op 1 januari 2026 het volgende vermogen:
- Spaargeld: €80.000
- Beleggingen (aandelen, ETF's): €50.000
- Schulden: €0
De berekening gaat als volgt:
- Totaal bezittingen: €80.000 + €50.000 = €130.000
- Heffingsvrij vermogen: €59.357
- Rendementsgrondslag: €130.000 - €59.357 = €70.643
- Forfaitair rendement spaargeld: €80.000 x 1,28% = €1.024
- Forfaitair rendement beleggingen: €50.000 x 6,00% = €3.000
- Totaal forfaitair rendement: €4.024
- Gewogen rendement: €4.024 / €130.000 = 3,095%
- Belastbaar inkomen box 3: €70.643 x 3,095% = €2.186
- Belasting box 3: €2.186 x 36% = €787
Je betaalt in dit voorbeeld dus €787 vermogensbelasting over 2026. Gebruik de calculator bovenaan om je eigen situatie door te rekenen.
Het verschil tussen spaargeld en beleggingen
Het onderscheid tussen spaargeld en beleggingen is cruciaal voor je belastingaanslag, omdat het forfaitair rendement sterk verschilt: 1,28% voor spaargeld versus 6,00% voor beleggingen. Hoe meer van je vermogen als spaargeld kwalificeert, hoe lager je belasting.
Spaargeld omvat banktegoeden op betaal- en spaarrekeningen, deposito's, en contant geld. Beleggingen omvatten aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, ETF's, onroerend goed (niet je eigen woning), cryptovaluta, en vorderingen op derden.
Let op: als je spaargeld op een beleggingsrekening staat (bijvoorbeeld cash in je brokersaccount), kan de Belastingdienst dit als belegging aanmerken. Zorg ervoor dat je spaargeld duidelijk gescheiden is van je beleggingen.
Schulden aftrekken in box 3
Je kunt schulden in mindering brengen op je box 3-vermogen, maar er geldt een drempel van €3.800 per persoon (€7.600 voor partners). Alleen het bedrag boven deze drempel is aftrekbaar. Het forfaitaire rendement op schulden bedraagt 2,70% in 2026, wat betekent dat de aftrek relatief bescheiden is.
Belangrijk: hypotheekschulden voor je eigen woning vallen niet onder box 3 maar onder box 1. Studieschulden (DUO) tellen wel mee als schuld in box 3.
Fiscaal partnerschap en box 3
Als je een fiscaal partner hebt, mag je het box 3-vermogen vrij verdelen over beide partners. Dit biedt optimalisatiemogelijkheden: je kunt het vermogen zo verdelen dat het heffingsvrij vermogen maximaal wordt benut en de belastingdruk wordt geminimaliseerd. In de praktijk betekent dit dat partners hun vermogen 50/50 verdelen.
Je bent fiscaal partner als je getrouwd bent, een geregistreerd partnerschap hebt, of samenwoont met een notarieel samenlevingscontract en op hetzelfde adres staat ingeschreven. Let op: samenwonen zonder contract kan je het recht op dubbele vrijstelling kosten.
Tips om vermogensbelasting te verlagen
Er zijn verschillende legale manieren om je vermogensbelasting te verlagen:
- Schulden aflossen voor de peildatum: betaal grote aankopen of schulden voor 1 januari om je vermogen te verlagen.
- Groene beleggingen: beleggingen in erkende groene fondsen zijn vrijgesteld tot een bepaald bedrag.
- Fiscaal partnerschap benutten: zorg dat je als fiscaal partner kwalificeert om de dubbele vrijstelling te benutten.
- Schenken: schenk (binnen de belastingvrije grenzen) vermogen aan kinderen of goede doelen voor de peildatum.
- Grote uitgaven plannen: plan grote aankopen (auto, verbouwing) voor eind december in plaats van januari.
- Pensioensparen: vermogen in pensioenfondsen en lijfrentes valt niet onder box 3.
Recente rechtspraak en toekomst van Box 3
De Hoge Raad oordeelde in het Kerstarrest (2021) dat het forfaitaire rendement op spaargeld onrechtmatig was als het werkelijke rendement lager lag. Sindsdien is de Box 3-heffing ingrijpend gewijzigd: er worden nu aparte forfaitaire rendementen gehanteerd voor spaargeld, beleggingen en schulden. De overheid werkt aan een definitief nieuw stelsel op basis van werkelijk rendement, dat naar verwachting in 2027 of 2028 wordt ingevoerd. Tot die tijd blijft het huidige forfaitaire systeem gelden, met de mogelijkheid om bezwaar te maken als je werkelijke rendement aantoonbaar lager is dan het forfait.
Veelgestelde vragen over vermogensbelasting
Bronnen en meer informatie
De informatie op deze pagina is gebaseerd op de volgende officiele bronnen:
De peildatum van 1 januari
Box 3 kent één meetmoment: de stand van uw bezittingen en schulden op 1 januari van het belastingjaar. Wat u op 2 januari ontvangt of uitgeeft, telt pas het jaar daarop mee. Dat maakt de datum bepalend voor grote transacties. Een woning die eind december passeert, haalt het spaargeld uit box 3 en vervangt het door een eigen woning in box 1, met een hypotheekschuld die in box 1 aftrekbaar is en niet in box 3 als schuld meetelt. Een grote factuur die u op 30 december betaalt in plaats van op 3 januari, verlaagt de grondslag voor een heel jaar.
De Belastingdienst let daarbij op peildatumarbitrage: wie kort voor de peildatum spaargeld omzet in een bezitting met een lager forfait en dat kort erna terugdraait, krijgt de oorspronkelijke categorie toegerekend wanneer tussen de handelingen minder dan drie maanden zit en geen zakelijke reden aanwijsbaar is. Een aankoop die u werkelijk aanhoudt, valt daar niet onder.
Welke schulden meetellen
Schulden verlagen de grondslag, maar niet allemaal en niet volledig. Er geldt een drempel per belastingplichtige, verdubbeld voor fiscale partners, die eerst van het totaal aan schulden af gaat. Niet aftrekbaar zijn de eigenwoningschuld, die in box 1 thuishoort, en belastingschulden, met uitzondering van openstaande erfbelasting. Wel aftrekbaar zijn een consumptief krediet, een studieschuld bij DUO, een lening bij familie mits reëel overeengekomen, en een hypotheek op een tweede woning of beleggingspand.
Over schulden wordt met een eigen forfaitair percentage gerekend, dat dichter bij het spaarpercentage ligt dan bij het beleggingspercentage. Dat betekent dat een schuld minder aftrekt dan een belegging bijtelt, en dat lenen om te beleggen in box 3 fiscaal ongunstiger uitpakt dan de nominale bedragen doen vermoeden.
Tegenbewijs bij een laag werkelijk rendement
Sinds de rechtspraak over het forfaitaire stelsel geldt dat wie aannemelijk maakt dat zijn werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire, over dat lagere rendement wordt belast. Het werkelijke rendement omvat rente, dividend, huur en zowel gerealiseerde als ongerealiseerde waardeveranderingen, zonder aftrek van kosten behalve rente op schulden, en wordt over het hele vermogen in box 3 samen bepaald, niet per bezitting. U kunt dus niet alleen de verliesgevende posten aandragen. Wie hiervan gebruik wil maken, moet de gegevens zelf aanleveren met jaaroverzichten van bank en broker, en kan dat doen bij de aangifte of alsnog via bezwaar binnen zes weken na de aanslag.
Vrijgestelde bezittingen
Niet alles in box 3 telt mee. Vrijgesteld zijn onder meer een deel van het groene sparen en beleggen in erkende groenfondsen, bepaalde contant geld en vorderingen tot een klein drempelbedrag, en het vermogen dat in een uitvaartverzekering of een kapitaalverzekering met een wettelijke vrijstelling zit. Inboedel, een auto voor eigen gebruik, sieraden en een kunstverzameling die niet als belegging wordt aangehouden, vallen buiten box 3 en hoeven niet te worden aangegeven. Een tweede auto die u aanhoudt om in waarde te laten stijgen, of kunst die u aantoonbaar als belegging koopt, valt daar juist wel onder.
Geschreven doorRadif Partners
Uitgever van rekentools en praktische gidsen